...
Paneel | ||||
---|---|---|---|---|
| ||||
In deze paragraaf leren we wat na te denken over de motieven zijn voor mensen over je motieven om te kiezen voor biologische landbouw. |
...
Die overtuiging kan ingegeven zijn door
- levensbeschouwing of religie, een visie op de plaats van de mens in de natuur of de schepping,
...
- door een visie op wat nodig is om tot een duurzaam voedselsysteem te komen,
- of door
...
- een overtuiging over b.v. meer dierenwelzijn.
Welk motief voorop staat kan mede bepalen hoe het biologische bedrijf wordt aangepakt. Hoe dan ook stelt biologisch werken hoge eisen, zeker in de omschakelingsfase maar ook daarna. Er is overtuiging nodig om daar doorheen door alle beginnersproblemen heen te gaan en een echt ‘levend’ biologisch bedrijf op te bouwen. Het is belangrijk de eigen motieven goed te kennen voordat je eraan begint. Een alleen maar zakelijk motief (de hogere melkprijs, b.v.), zonder verdere overtuiging, leidt waarschijnlijk niet tot succes.
Welke motieven leiden tot welke keuzes?
motieven vanuit systeemdenken en omgevingsdenken: eco-systeem materieel en evt. spiritueel, economische en culturele omgeving
Ongeacht alle verschillen in opvattingen: alle biologisch werkende boeren delen, meer of minder bewust, het denken en werken vanuit een systeem. Biologisch werken betekent altijd sturen op samenhang: tussen bodem en gewas, tussen mogelijke plaaginsecten en hun natuurlijke vijanden, tussen alle componenten van de kringloop enzovoort. Dat betekent altijd werken vanuit een ecologisch beeld: het landbouwbedrijf, breder het landbouwsysteem, als werkend en levend ecosysteem.
Verschil is wel of ook nog andere samenhangen worden herkend en erkend. Biologisch-dynamische (BD) boeren gaan ook uit van samenhangen met en in de totale cosmos. Zo wordt ervan uitgegaan dat de stand van de planeten in de dierenriem de groei van het gewas beïnvloedt; daarmee wordt rekening gehouden bij de grondbewerking en bij zaaien en planten (zaaikalender). Ook met andere metaphysische (niet met de gangbare natuurkunde meetbare) krachten wordt rekening gehouden. Die opvattingen zijn ontleend aan het antroposofische mens- en wereldbeeld. De keuze voor BD inspireert tot een verdieping van de opvattingen over het ecologisch model; veel BD-bedrijven zijn voorloper-bedrijven binnen de biologische sector. Ook de regels voor dierenwelzijn zijn strenger dan die voor standaard-Bio; zo is het onthoornen van koeien verbodenkoeien worden bij voorbeeld niet onthoornd.
Systeemdenken bepaalt ook een grotere aandacht voor de hele keten van primaire productie, handel en verwerking en afzet (retail). Alleen als alle schakels in de keten biologisch werken, en dat elkaar kunnen garanderen, is het eindproduct voor de consument gegarandeerd biologisch en kan de hogere prijs voor biologische producten worden gehandhaafd.. Daarin past niet alleen concurrentie maar ook samenwerking om elke schakel levensvatbaar te maken en te houden. Die bereidheid tot samenwerking, en dus tot openheid naar andere ketenpartners en verdere omgeving, moet je wel hebben. Een pure ‘erfdenker’ heeft het moeilijk in de bio-landbouw. Maar verschillen zijn hier wel: zo gaat de biologisch-dynamische sector ook hierin verder, met bijvoorbeeld een stelsel van teeltafspraken, dus een andere relatie producent - handel - consument.
Tot slot: biologische boeren hebben vaak, maar lang niet altijd, meer oog voor culturele waarden die zich niet onmiddellijk in productie en prijs vertalen: het historisch gegroeide landschap en de waarden die daarmee verbonden zijn, historische bouw, omringende natuur. Zij aanvaarden makkelijker de beperkingen die dat voor hun bedrijf oplevert, maar ook: zij proberen . Vaak proberen zij de waarden hiervan van hun omgeving voor hun bedrijf te optimaliseren (een beweging die ook in de gangbare landbouw opkomt: natuurinclusieve landbouw). Veel biologische bedrijven bevinden zich in kwetsbare landschappen (b.v. Natura-2000), pachten natuurgronden of hebben andere ‘handicaps’. Veel bio-boeren zijn actief in agrarische natuurverenigingen, doen iets extra’s voor de weidevogels, zorgen voor ‘begeleidende natuur’ (bloeiende akkerranden, kleine landschapselementen als houtwallen e.d.). Het is belangrijk om voor jezelf te bepalen hoe belangrijk je dit vindt en wat past in de omgeving van je eigen bedrijf.
motieven vanuit mentaliteit en levensbeschouwing/religie
Uiteindelijk: je moet het willen. Welke opvattingen, welke waarden, welk mens- en maatschappijbeeld spelen mee bij die keuze, als ‘onder de streep’ alle duurzaamheidsaspecten en zakelijke voor- en nadelen netjes op een rijtje staan?
...
Daaronder en daarboven zitten vaak levensbeschouwelijke en religieuze opvattingen, opvattingen over de mens en zijn plaats in de natuur of schepping en de waarden die daarbij horen.
...
Biologische boeren plaatsen zich vaak in de andere traditie, denken vanuit rentmeesterschap. Ook in die traditie staat de mens centraal, maar krijgt de mens wel een opdracht tot zorgvuldigheid, tot bewaren en doorgeven. Daarin past geen overexploitatie en onvoldoende oog voor houdbaarheid op langere termijn. Denken in termen van duurzaamheid past goed in die traditie, komt er ook deels uit voort.
Een stap verder is het loslaten van het kijken en denken vanuit alleen de mens, ofwel het gedeeltelijk loslaten van het antropocentrische wereldbeeld. De ‘natuur buiten de mens’ krijgt dan een eigen waarde, mag bestaan los van het nut voor de mens. Het gaat dan niet alleen om natuurgebieden maar ook om ‘omringende’ en ‘begeleidende’ natuur op en rond het bedrijf. Een biologische boer kiest er, al dan niet bewust, voor om een stukje productie te laten liggen om meer biodiversiteit op zijn bedrijf toe te laten. Een stapje verder kan de keuze zijn om een deel van het bedrijf aan meer of minder natuurlijke elementen over te laten: bloeiende akkerranden, een overhoek die mag verwilderen, boomgroepen of hagen enz. Een keuze die overigens ook gangbare boeren kunnen maken; de beweging naar een meer natuurinclusieve landbouw gaat daarover. Zulke ‘begeleidende natuur’ levert ‘ecosysteemdiensten’, zoals in het geval van functionele agrobiodiversiteit, maar kan en mag ook een waarde in zich vertegenwoordigen. Ze draagt bovendien bij aan natuurbehoud door als ‘brug’ tussen natuurgebieden te fungeren. Bijdragen aan behoud van traditionele landschappen kan vanuit die zelfde opvatting een goede keuze zijn. Hun waarde is dan niet alleen in nut (b.v. meer toeristen) uit te drukken: je herkent en erkent de ‘waarde in zich’.
...