Versies vergeleken

Sleutel

  • Deze regel is toegevoegd.
  • Deze regel is verwijderd.
  • Formattering is gewijzigd.

Als we het over duurzaamheid hebben, hebben we het eigenlijk over duurzame ontwikkeling. De meest gehoorde kritiek op de vleesveesector is op de steeds grotere broeikasgas-uitstoot, het te groot gebruik van schaarse watervoorraden, de vermindering van biodiversiteit door bijvoorbeeld aantasting van regenwouden ten gunste van de sojateelt en de slechte welzijnsomstandigheden van onze productiedieren. Hiermee wordt in feite aangegeven dat het huidige voedselsysteem niet volhoudbaar is.

Duurzaamheid objectief bekijken

Ondanks dat we er al zo lang over praten, is het nodig om de vraag ‘wat is duurzaamheid’ te blijven stellen. En wel omdat er altijd veel conflict ontstaat over wat onder duurzaamheid verstaan wordt en waarom het belangrijk is. Simpelweg omdat de wetenschap niet alle vragen eenduidig kan beantwoorden. Als gevolg daarvan zie je dat er overtuigingen zijn die de waarde van wetenschappelijke kennis over verduurzaming in twijfel trekken. Hieronder worden daar vier voorbeelden van besproken waarin dat tot uiting komt.

Klimaatontkenners hebben de overtuiging dat de beperkingen die ons opgelegd worden om het milieu te verbeteren slecht zijn voor ons welzijn en onze vrijheid inperkt. Er wordt daarbij vaak een ander politiek doel verondersteld bij de overheid dan het verbetering van het milieu. Het duurzaamheidsthema wordt dan verondersteld een middel te zijn om voor dat andere doel macht op ons uit te oefenen.

Greenwashing is een term die gebruikt wordt om aan te geven dat bedrijven of organisaties zich duurzamer of 'groener' voordoen dan ze daadwerkelijk zijn. Dat kan heel subtiel, bijvoorbeeld wanneer een fastfood keten de kleur van het logo verandert van rood naar groen lijkt het ineens gezonder. Maar het kan ook Greenwashing genoemd worden als een bedrijf producten op biologische basis aanprijst, maar een erg slechte reputatie op dierenwelzijn blijkt te hebben. Op sociale media en internet worden vervolgens deze bedrijven volop ‘gecanceld’.

Activisme is veelal gericht op beleidsmakers, maar ook op veehouders en consumenten. Activisten proberen anderen te overtuigen van hun gelijk of druk uit oefenen, zoals bij filmopnamen op veehouderijbedrijven of in slachthuizen soms gebeurt. Vaak vind er overdrijving plaats zodat het standpunt meer aandacht krijgt. In feite doet elke politieke partij of beweging aan activisme. Of eigenlijk doet iedereen wel eens aan actieve beïnvloeding, en dus aan activisme. Dat gebeurt niet alleen met wetenschappelijke argumenten.

Onmacht voelen komt veel voor omdat we het allemaal niet kunnen bevatten. Als het over duurzaamheid gaat zijn de feiten erg complex, vaak tegenstrijdig, het is vaak onduidelijk of we informatie wel kunnen vertrouwen en we voelen veel druk op ons uitgeoefend om een bepaald standpunt in te nemen zonder dat we er een duidelijk inhoudelijk beeld bij hebben. Ook gevoelsmatig krijgen we allerlei tegenstrijdige signalen op ons af. Het gevolg kan zijn dat we ons voor nadere informatie en oplossingen afsluiten.

De opstellers van dit handboek gaan er van uit dat kennis er toe doet en zijn met een open onderzoekende houding op zoek gegaan naar informatie die houvast kan geven om bij te dragen aan duurzame ontwikkeling.

Invloedrijke visie documenten

Onderzoekers hebben diverse rapporten geschreven die vervolgens gebruikt zijn voor het opstellen van visie-documenten. In die visie-documenten worden problemen omtrent duurzame ontwikkeling beschreven en worden globale oplossingsrichtingen aangedragen. De vier visie-documenten die hieronder genoemd worden zijn in de loop van de tijd belangrijk geweest omdat de opstellers invloed hebben uitgeoefend op beleidsmakers binnen regeringen en organisaties.

  • ‘Limits to Growth’, Club van Rome, 1972
  • ‘Our Common Future’, United Nations, Brundtland, 1987
  • ‘Sustainable Development Goals’ – SDGs, United Nations, 2015
  • ‘Visie Kringlooplandbouw’, Ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, 2018

Aan de laatste drie visiedocumenten besteden we hieronder wat meer aandacht.

Brundtland definitie van duurzaamheid

Duurzaamheid is het voorzien in de behoefte van de huidige generatie zonder de behoeftes van de toekomstige generaties in gevaar te brengen. Hierbij dragen alle ontwikkelingen op economisch, ecologisch, politiek en sociaal gebied bij aan een functionerend ecosysteem. De VN-commissie Brundtland uit 1987 heeft als eerste duurzaamheid op deze wijze gedefinieerd. Deze definitie onderschrijft het belang van balans tussen ecologie, economie en sociale belangen voor een duurzame ontwikkeling (UN-commission Brundtland , 1987).

Sustainable Development Goals

Eind 2015 werd door de leden van de Verenigde Naties de toekomstagenda voor duurzame ontwikkeling 2015-2030 vastgesteld. Deze agenda bestaat uit 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s), verder uitgewerkt in 169 subdoelen. De SDG’s worden wereldwijd gezien als de belangrijkste beleidsthema’s voor de periode t/m 2030. In deze publicatie van het CBS zie je de tweede meting van hoe Nederland scoort op deze duurzaamheidsdoelen. (https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/10/duurzame-ontwikkelingsdoelen--sdg-s---dichterbij-gekomen)


Image Modified

    Figuur 1.1 – Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (2015)

Kringlooplandbouw

In 2018 heeft minister Schouten een nota uitgebracht voor het verduurzamen van de voedselsysteem onder de titel ‘Visie Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden’. Kringlooplandbouw staat hierin centraal. De nota is geschreven voor het ontwikkelen van doelen, normen, handeling en resultaten gericht op:

  • optimale benutting van hernieuwbare natuurlijke grondstoffen (mineralen, water, biomassa)
  • verwaarding van reststromen (gewasresten, dierlijke mest)
  • inperking van niet natuurlijke grondstoffen (waaronder kunstmest) en hulpstoffen (gewasbeschermingsmiddelen)
  • reducties van milieubelastende emissies

De nota bevat oplossingsrichtingen, maar bevat geen oplossingen. Oplossingen moeten door ‘actoren’ uitgevoerd worden. De actoren kunnen we in de voedselsector grofweg indelen in: Primaire producenten, Toeleverende, afnemende en verwerkende industrie en handel, Dienstverlenende sectoren, inclusief overheden en Consumenten. Elke actor kan bijdragen aan het verduurzamen van het voedselsysteem.




Discussievragen

  1. Geef drie voorbeelden waaruit blijkt dat je bij je keuzes er rekening mee houdt of je eten duurzaam geproduceerd is.
  2. Bespreek drie verschillende visies van politieke partijen mbt vleesproductie en vleesconsumptie.
  3. Zou je meer willen betalen voor vlees wat aangeboden wordt met een duurzaamheidskeurmerk?
  4. Welke nieuwe kennis heeft een grotere bijdrage aan verduurzaming in de landbouw: Kennis van technologie of van ecologie?