Iepziekte
Gewas: Iep (Ulmus) en Zelkova
Wetenschappelijke naam: Ophiostoma ulmi, Ophiostoma novo-ulmi
Groep: Schimmels
Klik op de afbeelding voor een vergroting.
Herkenning |
---|
Vrij plotselinge verwelking van één of enkele takken, die zich voortzet door de hele kroon met enkele verdroogde blaadjes (vaantjes). De dwarsdoorsnede heeft een bruine ring in het jonge hout. Uiteindelijk sterft de boom of heester af. De eerste grote iepziekte-epidemie, veroorzaakt door Ophiostoma ulmi, begon na de eerste wereldoorlog en heeft geleid tot het verlies van het overgrote deel van de Hollandse iepen (U. x hollandica klonen) in Nederland. Ter vervanging werden veel ‘Commelin’, ‘Vegeta’ en ‘Groeneveld’ iepen en daarnaast veel veldiepen geplant. De opkomst van een nieuwe, agressievere iepziekteschimmel (Ophiostoma novo-ulmi) leidde tot een tweede epidemie waardoor de nog overgebleven iepen en de nieuw geplante, aanvankelijk minder vatbare klonen ‘Commelin’ en ‘Vegeta’ zeer zwaar werden getroffen. Ook de in het buitengebied veelvuldig geplante veldiepen (Ulmus minor) worden massaal aangetast. |
Levenswijze |
---|
De schimmel overwintert in de vorm van schimmeldraden en sporendragers met sporenen in de bast en het buitenste hout van dode of afstervende iepen en iepenhout. Van hieruit wordt de schimmel verspreid door de iepenspintkevers. In Europa komen twee soorten kevers voor: de grote iepenspintkever (Scolytus scolytus) en de kleine iepenspintkever (Scolytus multistriatus). Het volwassen kevervrouwtje doorboort de bast van dode of afstervende iepen en maakt een tunnel in het hout, net onder de bast, waarin ze eieren legt. Wanneer de eieren uitkomen, beginnen de larven van het hout te eten. Ze maken zo tunnels haaks op de moedergang. De larven verpoppen zich en komen door de bast naar buten als volwassen kevers. Wanneer de iepziekteschimmel in de boom aanwezig is, dragen de kevers duizenden plakkerige sporen aan hun lichaam mee naar buiten. De jonge kevers voeden zich door okselknoppen van jonge iepentwijgen aan te vreten. De sporen kunnen daarbij in de vraatwonden terechtkomen. Nie kieming vormen ze schimmeldraden die verder het hout binnen groeien. Wanneer de schimmeldraden het vaatweefsel bereiken, vormen ze miljoenen kleine, witte, ovale sporen (conidiën) die zich met de sapstroom snel verspreiden door het vaatweefsel van de boom. De schimmel produceert gifstoffen die de boom aanzetten zogenaamde gommen en thyllen te vormen. Dat zijn bolvormige uitgroeisels die zich uitstulpen in de houtvaten. Transport van water en voedingsstoffen in de houtvaten wordt door een combinatie van deze gommen, thyllen, schimmeldraden en sporen geblokkeerd. De vaten raken verstopt. De schimmel produceert ook enzymen die het houtweefsel kunnen afbreken. Dit veroorzaakt een bruine verkleuring van hout, die typisch is voor iepziekte. De kevers voeden zich maar enkele dagen met gezonde iepen. Daarna vliegen ze terug naar zieke of dode bomen om zich voort te planten. De vrouwtjes vormen dan nieuwe galerijen en leggen weer eitjes. |
Maatregelen |
---|
|
Meer informatie |
---|
|