1.10 De organisatie van de fokkerij (2024)
Start van de georganiseerde fokkerij
Op regionaal niveau werden varkens-, paarden- en rundveestamboeken georganiseerd. Eigenaren van potentiële mannelijke fokdieren brachten hun dieren naar shows waar ze op uiterlijk werden beoordeeld. Eigenaren van vrouwelijke dieren konden ze daar zien en beslissen van welk mannelijk dier ze nakomelingen wilden.
De varkensfokkers waren eind jaren zestig de eersten die stopten met het tonen van hun beren in het openbaar, gevolgd door de melkveefokkers met hun stieren in de jaren zeventig. De belangrijkste reden was om tijdens deze shows de verspreiding van infectieziekten te voorkomen. En het besef ontstond dat productiecijfers belangrijker zijn voor de winstgevendheid van de het houden van vee dan het uiterlijk. Voor de export van dieren, sperma en embryo’s naar andere landen is het van belang dat je kunt aantonen dat dieren en donoren nooit in contact zijn geweest met besmettelijke ziekteverwekkers. Tegenwoordig worden hengsten nog steeds bij elkaar gebracht op shows en op rijpaard-wedstrijden. Alle paarden die meedoen aan shows en/of wedstrijden zijn gevaccineerd. Bij paarden heeft elk ras zijn eigen stamboek. Er zijn enkele uitzonderingen, vooral in de sportpaardenfokkerij, waar het niet zozeer de raszuiverheid is, maar meer het type paard dat leidend is voor de inschrijving in het stamboek. Zo heeft de Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland (KWPN) zich ontwikkeld van een stamboekregistratie van oorspronkelijk Nederlandse paarden naar een registratie van in Nederland gefokte paarden. Het is gericht op het fokken van zeer succesvolle sportpaarden. Dit stamboek is open en marktgericht, in plaats van zich allen te richten op raszuivere fokkerij. Het gebruik van hengsten uit andere landen is toegestaan, mits deze zijn goedgekeurd door het KWPN.