Versies vergeleken

Sleutel

  • Deze regel is toegevoegd.
  • Deze regel is verwijderd.
  • Formattering is gewijzigd.

...

Wat biologische landbouw is wordt bepaald in Europese wetgeving. Dat betekent dat de garantie op biologisch in alle EU-landen dezelfde is, dat biologische producenten in de hele EU onder gelijke voorwaarden concurreren en dat consumenten in de EU overal dezelfde garanties hebben dat biologische producten ook echt biologisch zijn. Meer informatie op de SKAL-pagina Wetgeving onder Europese wetgeving.

Onderstaande is verouderd. Vanaf De 'basis-wet' voor de biologische landbouw is (sinds 1 januari 2022 geldt de nieuwe verordening met nieuwe uitvoeringsbepalingen. Aanpassing van deze paragraaf volgt. Zie verder hieronder bij Nieuwe verordening ingaande januari 2022.De ‘basiswet’ is de EG-verordening Nr. 834/2007 van 28 juni 2007 ) de EU-Verordening 2018/848 van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, de  basiswetgeving . In deze Verordening wordt vastgelegd. Deze bepaalt de beginselen, de principes, van wat biologische landbouw

...

Wat nader moet worden geregeld is opgenomen in de Uitvoeringsbepalingen is opgenomen in de EG-Verordening Nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 ( Uitvoeringsbepaling). Deze bevat 9 bijlagen met bepalingen over specifieke onderwerpen. Belangrijke voorbeelden zijn de nadere bepalingen over de huisvesting van landbouwhuisdieren en die over het maximum aantal dieren per hectare. Door deze regels is het dierenwelzijn op biologische bedrijven beter gewaarborgd, en voldoen alle biologische dierlijke producten aan de drie sterren ‘beter leven’ (zie verder paragraaf 5.3).

Tot slot is er nog een aparte verordening over de import van biologische producten uit niet-EU-landen, Nr. 1235/2008 van 8 december 2008en productie is, geeft regels waaraan biologische landbouw en productie moeten voldoen en verbodsbepalingen voor wat in de bio-landbouw niet is toegestaan. Deze regels worden in detail uitgewerkt in 6 bijlagen. Voor de biologische bedrijfsvoering is vooral Bijlage II van belang, de gedetailleerde productievoorschriften. Deze bevat de regels voor de dierlijke en voor de plantaardige productie. Bijlage V stelt het logo voor biologische producten, het bekende 'groene blaadje', vast.

De regels in de 'basis-wet' worden uitgewerkt in 7 Uitvoeringsverordeningen over specifieke onderwerpen. De belangrijkste voor de biologische bedrijfsvoering is de Uitvoeringsverordening 2021/1165 van 15 juli 2021 betreffende de toelating van bepaalde producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie en de opstelling van de lijsten van die producten en stoffen. Deze bevat de lijsten met toegestane meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen, voederadditieven, reiningsmiddelen e.d.. Er zijn verder nog specifieke verordeningen over de import van bio-producten van buiten de EU.

Wat deze regels in de praktijk betekenen vind je vooral in de hoofdstukken 3 (Plantaardige productie) en 4 (Dierlijke productie).

Nederlandse toepassing, certificering en controle door SKAL

...

Feitelijk bevat de Nederlandse wet- en regelgeving weinig aanvullende voorschriften voor wat biologische landbouw is en aan welke eisen deze moet voldoen: de bepalingen in de EU-verordening en de Uitvoeringsverordeningen werken dus direct voor Nederland. Nadere regelingen zijn opgenomen in de Landbouwkwaliteitsregeling van 2007. Ook enige andere wetten en Besluiten, zoals de Wet houders van dieren van 2011, bevatten nadere regels.

...

De stichting  Skal heeft een aantal eigen reglementen die gevolgen hebben voor biologische bedrijven en voor omschakelaars. Een belangrijke is de regeling voor de certificatie en toezicht en de normen die daarbij gelden. Zie voor alle SKAL reglementen SKAL-pagina wetgeving onder SKAL Biocontrole. 

...

De huidige Europese Verordening wordt vervangt per 1 januari 2022 vervangen door een nieuwe. De eerder beoogde datum van inwerkingtreding, 1 januari 2021, is niet gehaald omdat een deel van de uitvoeringsverordeningen pas heel kort voor 1 januari 2021 gereed kon zijn, zodat ondernemers, certificerende- en controle-instanties enz. onvoldoende tijd hadden om zich op de uitvoering volgens de nieuwe regels voor te bereiden.de oude vderordening uit 2007 (EG-verordening Nr. 834/2007 van 28 juni 2007). Over de nieuwe verordening is ruim 3,5 jaar lang onderhandeld, maar in november 2017 is overeenstemming bereikt tussen de Commissie, het Europees Parlement en de landen (Europese Raad). De nieuwe Verordening is istoen  vastgesteld.  De basistekst staat daarmee vast. In Daarna zijn nog de bijlagen (I t.m. VI) kunnen op onderdelen nog wijzigingen worden aangebracht. Ook de eerste Uitvoeringsverordening is vastgesteld. In 2021 zullen nog meer uitvoeringsregels volgen (productie- en controleregels).en de Uitvoeringsverordeningen vastgesteld.  

De nieuwe regelgeving is grotendeels in lijn met de huidigeoude: de meeste regels blijven in hoofdlijn hetzelfde. Belangrijk omdat de meeste biologische bedrijven onder de oude Verordening zijn gestart, en dus 'ingeregeld'. Er zijn wel wijzigingen die echt gevolgen hebben voor de praktijk van de biologische bedrijven. Deze nieuwe regels komen vooral voort uit twee principes:

  1. nog betere bescherming van de consument, die zekerheid wil ontlenen aan het kopen van een biologisch product; 
  2. op onderdelen meer consequent doorvoeren van de biologische principes, nu het biologische productiesysteem en de biologische ketens zich steeds verder ontwikkelen. Dit betekent met name dat nog minder dan nu op gangbare inputs en werkwijzen kan worden teruggevallen ; dat mag nu nog op punten waar in het verleden biologische alternatieven nog onvoldoende beschikbaar of ontwikkeld warenzijn. De zich ontwikkelende biologische praktijk maakt dat steeds minder noodzakelijk.

Dit betekent bij voorbeeld nieuwe of andere regels:

  • regels voor meer diersoorten (ook voor hert, konijn, insecten).
  • minimaal 48 uur wachttijd na gebruik van antibiotica (incl. ontworming).
  • geen melkvervangers tijdens de zoogperiode.
  • iets meer voer uit de regio verplicht.
  • op de eis van 100% biovoer is een al langlopende uitzondering nog verder ingeperkt: 5% gangbaar eiwithoudend voer mag alleen nog voor jonge hennen en varkens beneden 35 kg..
  • minder soorten natuurlijke aroma’s die mogen worden toegevoegd aan biologische producten.
  • er komt is een lijst toegevoegd met toegestane schoonmaak- en desinfectiemiddelen voor de handel en gebruik in verwerkingslocaties.
  • minder niet-biologische ingrediënten die mogen worden gebruikt bij bereiding van voedsel.
  • er komt is nu  een aparte lijst voor goedgekeurde voedingsenzymen die mogen worden gebruikt in biologische voedselbereiding.
  • meer regels voor de handhaving: voorzorg, controle, maatregelen.
  • etikettering: de herkomst mag in plaats van door vermelding van een land of de EU ook per regio worden vermeld (wat een regio is moet nader per land worden bepaald).
  • alle verkooppunten, zoals winkels en ook marktkramen, vallen onder certificering als ze onverpakte of ter plekke bereide biologische waren naast gangbare verkopen.  Verkooppunten die alleen voorverpakte biologische waren verkopen hebben geen certificaat nodig. Supermarkten die nu een pakket onverpakte bio-producten 'erbij doen' zullen dus hun eigen certificaat moeten halen. Er komt wel een vrijstelling voor kleine verkooppunten Hierop is een uitzondering mogelijk voor verkooppunten met een kleine omzet in bio (zoals marktkramen) (zie verder verdieping).
  • Het wordt voor een groep kleine samenwerkende ondernemers, mits door een boer geleid, mogelijk om onder één certificaat te produceren: de zgn. groepscertificering.

...

  • de productievoorschriften voor de verschillende diergroepen. Nieuw zijn gedetailleerde productievoorschriften in de pluimveehouderij voor ouderdieren, opfokhennen en “leghaantjes”.
  • de minimum omvang van binnen- en buitenruimten en de bezettingsdichtheden per diergroep. Een belangrijke verscherping is bij voorbeeld dat de zgn. veranda of Wintergarten van pluimveestallen niet meer bij de binnenruimte mag worden geteld (zie paragraaf 4.2).
  • de databanken over beschikbaarheid van biologische uitgangsmaterialen per land (lidstaat) zijn niet meer alleen voor plantaardige uitgangsmaterialen - zoals nu - maar ook voor dierlijke uitgangsmaterialen. Dit heeft een belangrijk gevolg voor de pluimveehouderij: er komen regels waardoor de hele productieketen van pluimvee uiteindelijk biologisch zal worden (zie paragraaf 4.5).

...