Versies vergeleken

Sleutel

  • Deze regel is toegevoegd.
  • Deze regel is verwijderd.
  • Formattering is gewijzigd.

De IFOAM werkt de definitie uit in de vier principes van biologische landbouw, verwerking en handel: Health, Ecology, Fairness en Care. Vertaald: Gezond, Ecologisch, Fair en Verantwoordelijk (vertaling Bionexthttps://www.bionext.nl/web/guest/wat-is-biologisch).

 

Deze principes werken de definitie verder uit. Zij principes  geven vooral een ontwikkelrichting aan, een denkkader voor de opbouw en de doorontwikkeling van biologisch handelen op een biologisch bedrijf (landbouw, maar ook verwerking en handel). De principes zijn dus niet bedoeld als geen (wettelijke) vereisten voor certificatie als biologisch bedrijf. Bedrijven verschillen in de mate waarin ze alle vier principes realiseren: de één gaat verder dan de ander, en dat geeft . Er is dus ruimte voor verdere ontwikkeling. De principes geven daaraan richting aan die ontwikkeling , een als streefbeeld.

Een goede uitleg over de vier principes is ook te vinden op https://bioacademy.nl/nl/biobasics/.


Paneel
borderColorforestgreen
borderWidth2

In deze paragraaf leren we over de 4 principes van biologische landbouw, verwerking en handel:

  • Gezond
  • Ecologisch
  • Fair
  • Verantwoordelijk

Op https://bioacademy.nl/nl/biobasics/ vind je vier korte video's waarin de principes worden uitgelegd.

Wat betekenen deze principes, en welk streefbeeld, welk ideaal, bieden ze?

Ecologisch als principe
Het tweede principe, maar eigenlijk het eerste: dit is echt de kern van biologische landbouw. Biologische landbouw betekent werken met en door levende ecosystemen en natuurlijke kringlopen, met zo min mogelijk ingrepen hierop met niet-biologische middelen zoals kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. ‘Ecologische landbouw’ betekent dus hetzelfde als biologische landbouw. 

Ecologie is van oorsprong een tak van de biologie. De ecologie bestudeert de wisselwerking tussen organismen, populaties of levensgemeenschappen (de biotische -levende- milieufactoren) onderling en met het de niet-biologische milieu levende omgeving (de abiotische –niet levende- milieufactoren). Het gaat er in de ecologische kijk op de natuur om hoe planten, dieren, micro-organismen, factoren als klimaat en hoogte en de niet-levende ondergrond en bodemdelen op elkaar inwerken om . Dat vormt de natuur te vormen zoals we die op een bepaalde plaats en tijd waarnemen. Dat samenspel noemen we een ecosysteem. Een ‘spel’ van wederzijdse beïnvloeding, van ‘eten en gegeten worden’, dat van nature streeft naar een evenwicht: een ecosysteem dat zichzelf voor langere tijd in stand houdt.

Als de mens daarop ingrijpt, door natuurgronden om te zetten in landbouwgronden, leidt dat tot een flinke verstoring van het ecosysteem en het ontstaan van een nieuw, door de mens gevormd, ecosysteem dat . Dat is altijd eenvoudiger is dan het natuurlijke (minder variatie in soorten, eenvoudiger relaties tussen soorten). Dat vereenvoudigd ecosysteem is zo ingericht dat één of enkele soorten domineren: de soorten die wij als voedsel nodig hebben (gewassen, landbouwhuisdieren).

Alle landbouw is dus altijd een verstoring van het oorspronkelijke, natuurlijke, ecosysteem door het inrichten van een vereenvoudigd, voor de mens productief, ecosysteem. Die verstoring kan echter groter of kleiner zijn. De biologische landbouw probeert zo dicht mogelijk bij de werking van het natuurlijke ecosysteem te blijven, vooral door de gewassen en de landbouwhuisdieren zoveel mogelijk in te passen in de natuurlijke kringloop en zo min mogelijk middelen en werkwijzen te gebruiken die de natuurlijke processen binnen het landbouw-ecosysteem verstoren. Een biologisch landbouwsysteem is daarom soortenrijker, minder vereenvoudigd (maar nog lang niet zo divers en rijk als een natuurlijk systeem!) en minder afhankelijk van inputs van buitenaf; het doel is een zoveel mogelijk gesloten kringloop.

De gangbare landbouw manipuleert de werking van het landbouw-ecosysteem nog veel meer, vooral door het gebruik van abiotische meststoffen en door de soortensamenstelling te verminderen door middel van bestrijdingsmiddelen. Een gangbaar bedrijf is dus sterker meer vereenvoudigd en veel hierdoor meer afhankelijk van externe (van buitenaf komende) inputs zoals meststoffen. Het is meestal iets productiever dan een biologisch systeem, maar dat heeft zijn prijs, zoals : vervuiling (uitspoeling van meststoffen, residuen van bestrijdingsmiddelen e.d.), een verarmd landschap met weinig plaats voor b.v. akkervogels, degradatie van de bodem en de meer kosten van de noodzakelijke externe inputs.

Overigens Er is er ook in de gangbare landbouw steeds meer aandacht voor deze negatieve effecten. Bewegingen als natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw zijn in opkomst. Biologische landbouw is altijd kringlooplandbouw en (in meerdere of mindere mateminstens basaal) natuurinclusief, maar ook gangbare bedrijven kunnen zich in die richting ontwikkelen. In het streven naar duurzaamheid komen biologische en gangbare systemen naar elkaar toe, maar lang niet alle bedrijven maken die beweging in dezelfde mate mee. Een biologisch werkend bedrijf is wat dit betreft hierin wel altijd een stapje voor!

Het ecologisch principe vertaalt zich ook naar de volgende schakels in de voedingsketen: de verwerking, groothandel, handel, consumptie en afvalverwerking (recycling). De voedselketen is pas duurzaam, volgens ecologisch model, als alle schakels dat zijn, in onderling verband. Alleen dan kan de biologische sector het meest duurzame voedselsysteem worden. Dit principe ligt onder meer ten grondslag aan de EKO-certificering voor alle keten-partners (zie verder (Zie voor dit keten-principe verder hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6).

...