6.1.2 Uitslag mestmonster ooien
Het advies is om ooien in het aflamseizoen te ontwormen bij een EPG-uitslag van meer dan 1000. Uitzondering hierop vormen ernstig zieke ooien. Blauw uier en leverbot zijn voorbeelden van ziekten waarbij ontwormen en het wegnemen van een Haemonchus-infectie kan helpen om sterfte door deze ziekten te voorkomen.
In de mest van ooien kan een enkel ei van Nematodirus gevonden worden. Dit is geen aanleiding om ze te ontwormen. Ooien hebben in de regel voldoende weerstand opgebouwd tegen Nematodirus. Als dat nog niet is gebeurd zal een besmettingsopname op latere leeftijd niet leiden tot nematodirose.
Let op! De uitslag is een momentopname en de wormlast kan binnen een week veranderen van gering in gevaarlijk. Bij goed gebruik van de WormenWijzer en opvolging van de adviezen is het risico op schade door maagdarmwormen gering.
Voor de uitslag van een mestonderzoek naar de werking van een wormmiddel geldt dat bij bemonstering tussen 7 en 14 dagen geen maagdarmwormeieren in de mest mogen zitten. Als wel eieren in de mest zijn aangetroffen, zijn er maagdarmwormen die de behandeling hebben overleefd En dat wil zeggen dat er mogelijk niet goed is behandeld of dat mogelijk sprake is van resistentie (10), een situatie waarin het middel niet meer of onvoldoende werkzaam is tegen de resistente wormen. Gebruik de volgende keer een middel uit een andere groep (4) waartegen maagdarmwormen in Nederland nog geen of weinig resistentie hebben ontwikkeld. Sluit voor u overstapt uit dat:
Per ongeluk geen mest van onbehandelde dieren is onderzocht.
Het inderdaad om mest gaat die tussen 7 en 14 na behandeling is bemonsterd.
Geen sprake kan zijn geweest van onderdoseren (1).
Behandel met een middel waartegen nog geen resistentie bestaat als na behandeling nog grote aantallen wormeieren in de mest worden aangetroffen (zie tabel boven).