3.3 Fokkerij
Dit hoofdstuk bespreekt de fokkerij van insecten, die we eigenlijk beter het kweken van insecten kunnen noemen. Dit kan erg eenvoudig lijken, bijvoorbeeld fruitvliegjes in je keuken. Bij gecontroleerd kweken, komt echter meer kijken. Ieder insect heeft specifieke wensen en eisen. De subhoofdstukken richten zich op de volgende insecten:
Black Soldier Fly
Huisvlieg
Meelworm
Fokkerijcyclus
Het doel van fokkerij is het verbeteren van dieren door de genetische capaciteiten voor bepaalde eigenschappen te veranderen. Je wilt dieren die passen bij het doel waarvoor je ze houdt. De cyclus die daarbij plaatsvindt, geldt voor alle dieren. Ook voor insecten. In de afbeelding is de cyclus weergegeven. Deze wordt hier kort toegelicht. Verderop zal, voor zover mogelijk, met voorbeelden worden aangegeven hoe deze cyclus bij de insectenkweek verloopt.
Stap 1+ 2: Op basis van het productiesysteem wordt een fokdoel bepaald.
Stap 3 + 4: Vervolgens is het van belang om te weten welk deel van de eigenschap genetisch bepaald is en op welke manier deze beïnvloed kan worden door fokkerij.
Stap 5 + 6: Daarna kunnen keuzes gemaakt worden in de selectie van ouderdieren. Op individueel niveau en groter in een fokprogramma voor een populatie.
Stap 7: Op basis van de resultaten kunnen er aanpassingen gedaan worden in het fokdoel.
De insectenteelt
Er is weinig informatie over de specifieke fokkerij van insecten publiekelijk beschikbaar. Voor zover mogelijk wordt de fokkerijcyclus hier uitgewerkt voor insecten.
1 - Productiesysteem
De gewenste eigenschappen van een insect zijn afhankelijk van de huisvesting en de markt. Er zijn verschillende soorten huisvestingssystemen. In de huisvesting zijn bepaalde klimaatomstandigheden en hygiënecondities. Deze omstandigheden bepalen welke eisen je stelt aan het insect. Ook de vraag van de markt speelt een rol. Worden de insecten geteeld voor diervoeding of humane consumptie? Welke kwaliteit en voedingswaarde wordt gevraagd? Dit zijn vragen die invloed hebben op de gewenste eigenschappen.
2 - Fokdoel
Op basis van het productiesysteem wordt bepaald welke eigenschappen van belang zijn. Bijvoorbeeld vruchtbaarheid, efficiëntie, productkwaliteit of gezondheid. In het fokdoel wordt beschreven welke eigenschappen van belang zijn en in welke mate.
3 - Informatie verzamelen
De volgende stap is bepalen welke eigenschappen passen bij het fokdoel, hoe deze eigenschappen overerven en welke keuzes hierin gemaakt kunnen worden. Wanneer je een hoge productie wilt, kun je je richten op het gewicht of de grootte van het insect. Mogelijk kan ook het aantal gelegde eitjes per insect vergroot worden of de ontwikkeling sneller plaatsvinden. Er zijn verschillende invalshoeken en de keuze zal per type insect verschillen. Het kan daarnaast van belang zijn om te bepalen welke familiebanden er zijn.
4 - Selectiecriteria en 5 - Selectie en paring
Selectie kan op basis van fenotype. Het fenotype is datgene dat je aan de buitenkant kunt zien of kunt merken. De selectie vindt plaats door te kijken naar de prestaties van de insecten. Het werkt met name succesvol voor kenmerken met een hoge erfelijkheidsgraad. Dit betekent dat je aan het fenotype goed kan zien hoe het genotype is. Met genotype wordt de genetische informatie van een eigenschap bedoeld. Het fenotype wordt bepaald door het genotype en de omgeving. Dit zie je in de afbeelding.
Daarnaast is er genetische selectie mogelijk. Het is een meer nauwkeurige manier. De invloed van de omgeving wordt uitgesloten. Genetische selectie is in de praktijk moeilijker.
Vervolgens kunnen keuzes gemaakt worden in de selectie van de ouderdieren.
6 - Uitbreiding
De snelheid van de voortgang is afhankelijk van verschillende factoren. Allereerst het aantal ouderdieren dat gekozen wordt. Hier is een verschil tussen een individuele paring zoals bij paarden en insecten die in grote aantallen worden gehouden. Als tweede de genetische variatie. Wanneer er veel verschillen zijn tussen de ouderdieren, zal ook de volgende generatie divers zijn. De nauwkeurigheid van de fokwaarden speelt daarnaast mee. De fokwaarde geeft aan hoe geschikt een dier is voor de fokkerij. Bij bijvoorbeeld koeien en paarden worden fokwaarden berekend voor individuele dieren. De laatste factor is het generatie-interval: hoe snel is er een nieuw generatie?
7 - Evaluatie
Op basis van de resultaten kan besloten worden aanpassingen te doen in het fokdoel.