6.4. Perspectief
Je bedrijf verder ontwikkelen, plannen voor de toekomst maken, omschakelen: je doet dat altijd in een dynamische, snel veranderende, omgeving. De omgeving en omstandigheden waarbinnen je nu je plan maakt zijn niet dezelfden als die waarbinnen je dat plan gaat uitvoeren. Je houdt rekening met wat je kunt verwachten, maar daarbinnen kun je ook keuzes maken. Welke perspectieven bieden lopende en verwachte ontwikkelingen, welke kansen bieden die voor jou, wat vind je zelf belangrijk, dus welke keuzes kun je en wil je maken ?
De biologische regelgeving laat nog heel wat ruimte voor keuzes over hoe je je bedrijf wilt inrichten. Daarbij overweeg je wat je zelf belangrijk vindt, waarvoor je echt wilt gaan. Kies je bij voorbeeld voor een zo efficiënt mogelijk bedrijf met een zo hoog mogelijke productie binnen biologische kaders, dus nog dicht bij het gangbare bedrijfsmodel ? Of ga je voor zoveel mogelijk natuurinclusief en veel ruimte voor 'begeleidende natuur' die niet onmiddellijk rendeert ? Dat is natuurlijk een zaak van kijken wat mogelijk is, en dus rekenwerk, maar je maakt ook keuzes op basis van waarden: wat vind je meer of minder belangrijk en welk beeld heb je van je perspectieven die je hebt, van wat je denkt te kunnen verwachten.
In hoofdstuk 1 heb je al het nodige geleerd over principes en waarden en de keuzes die je daarbinnen kunt maken. Goed omgaan met de bodem is daarbinnen eigenlijk altijd het uitgangspunt (hoofdstuk 2). In de hoofdstukken 3 en 4 is al veel langsgekomen over keuzemogelijkheden die je hebt in je bedrijfsvoering (Teelt en Dierlijke productie). In hoofdstuk 5 heb je het nodige geleerd over de 'harde kaders', de wet- en regelgeving voor de biologische landbouw en de komende veranderingen daarin. In hoofdstuk 6 ging het over onder meer markt en financiering en hoe je daarop een bedrijfs- en omschakelplan maakt. Maar binnen welk perspectief doe je dat ? Wat zijn grote ontwikkelingen, welke kansen bieden die en wat leveren die aan voorspelbare beperkingen en problemen op ? Daarover gaat het, in grote lijnen, in deze laatste paragraaf.
Eén ding vooraf: niets zo onvoorspelbaar als de toekomst. In maart 2020 kwamen we in een crisis terecht door het Corona-virus, en zagen we veranderingen die niemand had voorzien, in een tempo dat niemand daarvoor voor mogelijk had gehouden. De corona-crisis had een flink effect op de economie, maar gaf ook veel denkwerk over wat anders kan en moet. De Corona-crisis kan een katalysator zijn voor veranderingen die er toch al aankwamen, voor transities die toch al nodig waren, bij voorbeeld om de klimaat-doelstellingen te halen. Voor de biologische bedrijven heeft deze crisis in veel gevallen juist goed uit uitgepakt: de omzet van biologische producten steeg toen, veel consumenten kozen juist toen voor duurzaam en gezond en voor producten van dichterbij, zoals van boerderij-winkels.
Inmiddels hebben zich alweer nieuwe crises aangediend: de Oekraïne-oorlog, met als gevolg de hoge inflatie in 2022 en 2023, het vastlopen van het stikstofbeleid, de oorlog in het nabije oosten. De inflatie heeft in ieder geval tijdelijk juist tot een terugvallende groei van bio geleid: consumenten vallen terug op goedkoop. De groei van de bio-landbouw, in omzet, aantal bedrijven en in areaal, is in 2023 nog maar heel laag geweest.
Hoe dan ook: wie had dit zien aankomen ? Toch moet je er als (aankomend) ondernemer op reageren, je positie bepalen. Alles verandert voortdurend, soms gaat het even heel snel en in heel onverwachtse richting, en dan moet je erop inspelen. Een goede bedrijfsvoering betekent ook: de krant lezen, aangesloten zijn bij organisaties die je goed en tijdig informeren, regelmatig het spreekwoordelijke klimaat peilen zoals je ook iedere dag naar het weer kijkt, en handelen naar bevind van zaken. Je hebt niet alles in de hand.
Wat kunnen we in grote lijnen wel zien aankomen ?
Verdere verduurzaming, veranderend overheidsbeleid: het is onvermijdelijk dat het overheidsbeleid de komende decennia gericht zal zijn op verdere verduurzaming van het voedselsysteem, en daarbinnen de landbouw. Beheersing van de klimaatcrisis wordt steeds urgenter, beheersing van de 'omgevingsdruk' van de landbouw ook (denk aan het stikstofbeleid), mede door de bevolkingsgroei, de verdere verstedelijking, andere claims op de beschikbare grond (b.v. bos voor C-vastlegging, 'nieuwe natuur') en dus de toenemende concurrentie om ruimte voor de landbouw. Vml. minister Schouten heeft dat perspectief van verduurzaming in hoofdlijn vastgelegd in het concept kringlooplandbouw, maar de tegendruk vanuit de gangbare en intensieve sector is massief. Inmiddels zijn nieuwe ministers aangetreden. Geen enkele regering kan evenwel om de problematiek heen; verduurzaming zal in welke vorm dan ook steeds terugkeren in het beleid. Een belangrijke stap is eind 2022 gezet met het Actieplan Groei van biologische productie en consumptie: daarin kiest de regering eenduidig voor een stimulerend beleid voor de groei van bio.
Telkens is dan de vraag: welke mogelijkheden en kansen biedt dit voor biologische landbouw ? Kringlooplandbouw als concept biedt die mogelijkheden volop, maar wat betekenen de concrete maatregelen die eruit voortkomen ? En wat doet een volgende regering daarmee ? We willen 'deel van de oplossing zijn', biologische landbouw als kern van de strategie naar verduurzaming. Die uitdaging pak je als ondernemer op, en zeker op het moment dat je omschakelt of een nieuwe start maakt. Maar hoe ziet die uitdaging er op een bepaalt moment in de toekomst uit ? Dat weet je alleen als je de actualiteit volgt en openstaat voor nieuwe wegen. In de Verdieping vind je meer over het concept Kringlooplandbouw en over visies op duurzame landbouw.
Nieuw Gemeenschappelijk landbouwbeleid, Farm-to_Fork strategy, Organic Action Plan: het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid betekent een grotere druk op verduurzaming, en een groter deel van de middelen dat gereserveerd wordt voor vergroening. De Europese Commissie plaatst dat in het grotere kader van de groei naar een 'klimaat-neutraal' Europa in 2050. de Europese Green Deal. In dat kader moet het voedselsysteem, en dus ook de landbouw, grondig veranderen. Daarvoor is een ambitieus en ook uitdagend perspectief geschetst in de Farm-to Fork Strategy. Daarin staat onder meer het doel van 25% biologisch areaal in 2030 (in de hele EU, niet voor ieder land). Veel zal zich nog moeten vertalen in concrete maatregelen, maar hoe dan ook gaat dit grote veranderingen met zich meebrengen. Die bieden zoals het er nu uitziet volop kansen voor biologische bedrijven en voor nieuwe starters in de biologische sector.
In maart 2021 zijn de doelen uit de Farm-to-Fork Strategy uitgewerkt in het Organic Action Plan 2021 - 2027. Dit werkt drie actielijnen uit: stimuleren van de vraag naar biologische producten, ondersteunen van omschakeling in de hele keten en versterken van de voorloper- en voorbeeldfunctie van de biologische landbouw richting de gangbare landbouw. In december 2022 werkt de Nederlandse regering dit uit in het Actieplan Groei van biologische productie en consumptie. Daarin staat de Nederlandse ambitie: naar 15% bio-areaal in 2030 !. Zie voor de Green Deal, de Farm-to-Fork Strategy, het Organic Action Plan en het Actieplan de verdieping.
Natuurinclusieve landbouw: in het denken over verduurzaming van de landbouw kom je vaak Natuurinclusieve landbouw tegen. Dat concept slaat enorm aan en geeft richting aan het denken; tegelijk is het heel breed en valt er zoveel onder dat ook een nog redelijk gangbare praktijk er een plekje in vindt. 'Greenwashing' ligt dan om de hoek. Voordeel van denken in termen van natuurinclusief is dat je breder kijkt dan alleen naar de landbouwpraktijk: het gaat ook om de 'begeleidende natuur' , om wat je doet op het erf en met de gebouwen, hoe de relaties met de omgeving eruit zien. Biologische landbouw op zich, dus de teelt, het grasland, het vee, is 'van nature' natuurinclusief, maar daaromheen kunnen ook biologische bedrijven vaak nog grote stappen maken. Daarbij gaat het ook om behoud van de voorsprong van biologisch: hoe blijf je blijvend onderscheidend, terwijl allerlei gangbare bedrijven zich ook (in diverse gradaties) ‘natuurinclusief’ noemen ? Hoe natuurinclusief ben ik, of wil ik zijn, is een vraag die je dus steeds moet stellen als je nadenkt over nieuwe plannen. Het begrip Regeneratieve landbouw, de laatste tijd erg in de mode, stelt dezelfde uitdaging van onderscheidend blijven. Meer over natuurinclusieve landbouw in de Verdieping.
Minder globalisering ? Naar een ‘wereld-dieet’: in duurzaamheidsconcepten, ook kringloop-landbouw en natuurinclusief, zit vaak het idee van 'eten van dichterbij', minder gesleep met voedsel en voer over de wereld, meer lokale productie, naar kringlooplandbouw met een andere verhouding plantaardig - dierlijk. Scenario's voor een landbouwsysteem (op wereld-schaal) dat uiteindelijk zo'n 10 miljard mensen moet voeden spelen daarin mee. Veel massieve stromen agrarische producten op wereldniveau betreffen in feite voer, zoals soja, die hier een intensieve en hoogproductieve veehouderij mogelijk maken, en daarmee een grote consumptie van vlees, zuivel en andere dierlijke producten. Daarbij gaat altijd een deel van het eiwit in de plantaardige product verloren, en hoopt de mest zich op in de rijkere delen van de wereld. Scenario's voor een duurzame landbouw gaan daarom, zonder uitzondering maar wel op verschillende manieren, uit van een lager aandeel dierlijke producten in ons dieet, dus een kleiner aandeel veehouderij binnen de landbouw, minder of geen omzetting van voor mensen eetbare producten in dierlijke producten (zgn. eiwittransitie), dus ook veel minder voerstromen over de wereld en betere inzetbaarheid van de mest in de regionale kringloop. De Corona-crisis legde bovendien veel zwaktes en kwetsbaarheden in de internationale waardeketens genadeloos bloot, evenals de oorlog in de Oekraïne (wegvallen van de graan-export met onmiddelijke effecten voor de wereldvoedselvoorziening). De roep om meer regionale (m.n. Europese) productie van in ieder geval elementaire levensbehoeften neemt toe. Dat kan vergaande gevolgen hebben voor de ontwikkelkansen van ook biologische bedrijven. Voor intensieve veehouderij komt steeds minder plaats, voor veehouderij die geïntegreerd is in de regionale kringlopen en in een meer gemengde bedrijfsvoering steeds meer. Dat wordt slikken, ook voor veel biologische veehouders, maar het biedt ook kansen juist voor biologische bedrijfsvoering.
verdieping
biologische landbouw in Europa: naar minstens 25% biologische landbouw in 2030
De 'van boer tot bord' strategie (Farm to Fork strategy) is onderdeel van de onderdeel van de Europese Green Deal, het beleidskader van de Europese Commissie om Europa tegen 2050 klimaat-neutraal te maken door 'duurzame en inclusieve groei'.
De “van boer tot bord”-strategie staat voor de transitie naar een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem, naar een duurzaam voedselsysteem dat de toegang tot gezonde voeding verkregen van een gezonde planeet waarborgt. Door die strategie zal
de milieu- en klimaatvoetafdruk van het voedselsysteem in de EU kleiner worden,
de veerkracht ervan groter worden,
de gezondheid van de burgers worden beschermd,
de bestaanszekerheid van economische actoren in het voedselsysteem worden gewaarborgd en
het concurrentievermogen en de veerkracht van de EU groter worden.
De 'van boer tot bord' strategie gaat samen op met de nieuwe biodiversiteitsstrategie. Die pakt de belangrijkste oorzaken van het verlies aan biodiversiteit aan, zoals het niet-duurzame gebruik van het land en de zee, de overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen, verontreiniging, en invasieve uitheemse soorten. In die biodiversiteitsstrategie wordt onder andere voorgesteld om bindende streefdoelen vast te stellen voor het herstellen van aangetaste ecosystemen en rivieren, het verbeteren van de gezondheid van beschermde habitats en soorten in de EU, het terugbrengen van bestuivers naar landbouwgrond, het verminderen van verontreiniging, het vergroenen van onze steden, het verbeteren van de biologische landbouw en ander biodiversiteitsvriendelijke landbouwpraktijken, en het verbeteren van de gezondheid van de Europese bossen. Uiterlijk in 2030 moeten we op de weg naar herstel zitten, met inbegrip van de omvorming van ten minste 30 % van het landoppervlak en zeegebied in Europa tot doeltreffend beheerde beschermde gebieden en het gebruik van ten minste 10 % van het landbouwareaal voor diversiteitsrijke landschapselementen.
Concrete doelen van 'van boer tot bord' voor 2030 zijn onder meer:
een vermindering met 50 % van het gebruik en de risico's van pesticiden,
een vermindering met ten minste 20 % van het gebruik van meststoffen,
een vermindering met 50 % van de verkoop van antimicrobiële middelen (antibiotica) die voor landbouwhuisdieren en in de aquacultuur worden gebruikt, en
het gebruik van minstens 25 % van de landbouwgrond in de hele EU voor biologische landbouw.
Vooral dit streefcijfer van minstens 25% van het areaal landbouwgrond in de EU voor biologische landbouw is nieuw. Dit biedt perspectief voor doorontwikkeling van de bio-landbouw. De Commissie wil dit doel bereiken door
maatregelen in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) (o.m. eco-regelingen),
de lidstaten te helpen met stimuleren van zowel aanbod van als vraag naar biologische producten, o.m. promotiecampagnes gericht op consumentenvertrouwen.
De volledige tekst van de 'van boer tot bord' strategie vind je hier .
Organic Action Plan 2021 - 2027
De doelstellingen uit de Farm-to-Fork Strategy w.b. de biologische landbouw hebben in maart 2021 handjes en voetjes gekregen in het Organic Action Plan 2021 - 2027. Dit bevat concrete acties om de doorgroei naar 25 % biologisch mogelijk te maken, en vraagt van de nationale regeringen om deze uit te werken in een eigen landelijk actieplan.
In dit artikel vindt je meer over het Organic Action Plan. Het actieplan zelf:
https://agriculture.ec.europa.eu/farming/organic-farming/organic-action-plan_en#organicsintheeu
De uitwerking in het Nederlandse Actieplan Groei van biologische productie en consumptie vind je hier.
verdieping
perspectief kringlooplandbouw als kern van een duurzaam landbouwsysteem
In dit filmpje legt prof. Imke de Boer (WUR) uit wat kringlooplandbouw is en wat de rol en de plaats van dierlijke productie daarin is.
Zij vertelt in hoofdlijn
dat we moeten uitgaan van wat de aarde uiteindelijk mogelijk maakt: ons huidig voedselsysteem overschrijdt de grenzen van het ecologisch draagvlak en is dus uiteindelijk niet houdbaar, niet duurzaam.
wat wel duurzaam is zie je alleen als je kijkt naar het hele voedselsysteem, niet naar de 'voetafdruk' van afzonderlijke producten of consumptiepatronen.
een voetafdruk-benadering brengt namelijk onvoldoende in beeld
a. de zgn. Food - Feed competitie: gebruik van wat mensen kunnen eten als diervoer. Kippen b.v. zetten voer veel efficiënter dan koeien om in eiwit, maar dat doen ze wel op voer dat mensen ook kunnen eten (granen, soja ...);
b. het gebruik van de reststromen (waaronder mest).
kringloop-landbouw komt neer op optimaliseren van het voedselsysteem binnen het draagvlak van de aarde. Dat betekent
goede grond alleen voor plantaardige productie (akkerbouw), en plantaardige productie alleen voor Food (menselijke consumptie);
mindere grond voor grasland; dierlijke productie alleen voor conversie van gras naar voedsel (herkauwers) en voor verwerking van reststromen (pluimvee, varkens, visteelt);
alle reststromen in de kringloop houden: via vee, als mest, maar ook onze uitscheiding (het riool is nu een groot lek van P uit het systeem .....).
plantaardige productie is dus de basis van het voedselsysteem. Zorg voor de bodem: opbouw en onderhoud van bodemvruchtbaarheid zijn cruciaal.
een voldoende productief duurzaam voedselsysteem kan alleen door hergebruik van alle reststromen (ook onze eigen 'mest')+ voldoende fixatie van stikstof (vooral inzet van vlinderbloemigen).
in zo'n voedselsysteem is het aandeel dierlijke eiwitten in ons dieet beperkt (9 a 25 gr. gemiddeld per dag).
Veel meer over kringlooplandbouw vind je op de site landbouwkringlopen van 'practor' Kringlooplandbouw Ruud Hendriks.
Een hulpmiddel is de Kringloopwijzer (versie 2023) .
transitie naar voer van nabij,
In een recente studie Met voer uit eigen land krimpt de veestapel laat de WUR zien wat de gevolgen zouden zijn van een transitie naar een landbouwstelsel waar de mogelijke voerproductie in de eigen regio de omvang en samenstelling van de veestapel bepaalt. Zeker als er ook voor gekozen wordt om de plantaardige productie vooral voor voedsel te bestemmen krimpt de veestapel aanzienlijk. Een dieet met meer plantaardig en minder dierlijk eiwit maakt dat mogelijk. Deze scenario’s laten aanzienlijke duurzaamheidswinst zien. Biologische landbouw past daar goed in.
college Martin Scholten over kringloop-landbouw
Wat is kringlooplandbouw op meer praktisch niveau? Hoe vertalen de principes zich naar wat boeren en burgers kunnen doen? In deze video van Food Hub gaat Martin Scholten (WUR) daar nader op in.
samenvatting college Martin Scholten
Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft gekozen voor een omslag naar kringlooplandbouw in 2030. Maar kringlooplandbouw is een breed begrip, aldus Martin Scholten, voormalig directeur Animal Sciences van Wageningen University & Research, in deze video van Food Hub. De kern van kringlooplandbouw is om zuinig om te gaan met grondstoffen én de grond die we beschikbaar hebben om voedsel te produceren. Daarbij is het belangrijk dat er zo min mogelijk biomassa verspild wordt. Het vertrouwen in voedsel - en de waardering daarvan - kan toenemen door kringlooplandbouw.
Integraal voedingssysteem
Scholten legt uit dat we van specialistische voedselketens naar een integraal voedselsysteem moeten waarin allerlei ketens samenwerken. Maar ook de overheid, burgers en natuurorganisaties zijn belangrijke partijen om kringlooplandbouw mogelijk te maken. Kringlooplandbouw maakt het systeem zowel ecologisch als economisch weerbaarder. Zo kan het bijvoorbeeld in de toekomst zorgen voor een betere bodemkwaliteit en verkleint het het risico op grote oogstverliezen.
Restproducten
Het is belangrijk dat boeren naast hun hoofdproduct ook rekening houden met de waarde van hun restproducten, aldus Scholten. In restproducten kunnen nuttige producten zitten. Zo kunnen gewasresten als diervoeding gebruikt worden of worden hergebruikt op het land als groenbemester. Een ander manier van kringlooplandbouw is overgaan op circulaire voeding, dus alles opeten wat van waarde is. Om dit mogelijk te maken, is het nodig om slimme oplossingen en nieuwe (kringloop)producten te bedenken.
Bovendien moeten we leren dat we onze landbouw laten aansluiten op wat beschikbaar is, in plaats van de omgeving aan te passen aan de landbouw. Zo zou je bij natte grond de grond niet moeten draineren, maar juist kiezen voor gewassen die goed kunnen groeien op natte grond. Daarnaast is het belangrijk dat producten veilig en gezond zijn. Voorkomen moet worden dat verontreinigingen en infectieziektes rondgepompt worden in de kringloop.
Veehouderij
Bij de veehouderij kan men bij kringlooplandbouw denken aan grondgebonden veehouderij, goed bodembeheer, mengteelten van verschillende kruiden en grassen en een andere keuze voor diervoeders. Volgens Scholten is vooral de keuze van diervoeders van belang. Daarbij moet gedacht worden aan diervoeding met als grondstof kringloopgrondstoffen, zoals gewasresten of insecten (gekweekt op reststromen). Verder kan mest een belangrijk kringloopproduct worden. Daarvoor is nodig dat de urine gescheiden wordt van de feces. De feces, of vaste mest, is goed voor compost. Urine zit vol met stikstof, daar is goed stikstofmest van te maken.
Voor niet grondgebonden landbouw, zoals bij dieren in een stal of gewassen in een kas, is het van belang om deze bedrijven aan te sluiten op stedelijk of industriële biomassa stromen, zo benadrukt Scholten.
Precisietechniek
Precisietechnieken zijn belangrijk om de kringlooplandbouw in te richten. Hierbij valt te denken aan het gebruiken van sensoren of drones om te kijken wat er gebeurt op de akkers of precisiebemesting om mest op de plaats te krijgen waar deze nodig is.
Om kringlooplandbouw in de praktijk te brengen, moeten we echter niet alleen kijken naar de boer. We moeten van elkaar leren en elkaar inspireren. Uiteindelijk zou het mooi zijn om over te gaan op een natuurinclusief landschap, waar landbouw en natuur via een natuurlijke wijze zijn verbonden, aldus Scholten.
verdieping
totaalvisie duurzame landbouw: voorbij kringloop-landbouw, naar klimaat-neutrale landbouw
Zijn we er met een transitie naar kringloop-landbouw? Of zullen er uiteindelijk veel vergaander veranderingen noodzakelijk zijn, bij voorbeeld als ook de klimaat-doelstellingen erbij worden betrokken? Meino Smit, biologisch akkerbouwer in Paterswolde, berekende wat het betekent als je in 2040 de uitstoot van broeikasgassen uit de landbouw met 90% omlaag wilt brengen, naast alle andere duurzaamheidsdoelen. Daarvoor analyseerde hij, in zijn proefschrift uit 2018, de ontwikkelingen in de landbouw vanaf 1950, en schetste hij een scenario voor 2040.
In zijn berekeningen keek Meino Smit niet alleen naar het directe energie-gebruik van de landbouw (brandstoffen e.d.) maar ook naar het indirecte: de energie nodig om machines te bouwen en chemische hulpmiddelen te maken. Dat vergeleek hij met de energie-opbrengst van de landbouw: de energie in de producten die voor consumptie beschikbaar komen. Ook de in- en export kun je in een energie-balans uitdrukken. Conclusie: in 1950 was de landbouw in Nederland nog netto energie-leverancier (meer output van energie in producten - voedsel - dan input), maar nu is de balans negatief: veel meer energie-input dan er in de producten uitkomt. Dat komt door de enorme mechanisatie en gebruik van chemische middelen (ten koste van de menselijke arbeid), het sterk veranderde voedingspatroon met veel meer dierlijke producten en de massieve import van vooral eiwitproducten voor diervoer die daarvoor nodig is.
Stel dat je in 2040 ruim 17 miljoen Nederlanders wilt voeden met een vrijwel geheel regionaal landbouwsysteem en hooguit 10% van het huidige energiegebruik, en verder duurzaam in termen van kringloop-landbouw en verdere ecologische voetafdruk, kan dat dan ? Ja, dat kan, maar dan ziet de landbouw, en het hele voedselsysteem, er wel radicaal anders uit. De verhouding tussen plantaardige en dierlijke productie verandert radicaal, laat deze afbeelding zien.
- Beeld Meino Smit, overgenomen uit Trouw, 14 december 2018
Hoe ziet dit scenario voor 2040 er uit ?
nauwelijks import en export, productie voor de bevolking binnen Nederland: geen import van bulkproducten (voeder) meer, en geen export meer van vooral vlees en zuivelproducten. Er is alleen nog ruimte voor wat handel in luxe-producten zoals koffie en thee.
een voedingspatroon met veel meer plantaardig en veel minder dierlijk voedsel (dat is overigens de uitkomst van alle scenario's voor een duurzamer voedselsysteem).
dus veel minder dieren: 95% minder varkens, 80% minder koeien (maar wel drie keer zoveel paarden, omdat paardentractie weer een plek krijgt).
veel meer groente, fruit, granen en peulvruchten (maar de helft minder aardappelen) in het teeltplan.
geen verwarmde kassen, alleen koude kassen voor seizoensverlenging.
radicaal hergebruik van alle organische reststromen in de landbouw, ook om de bodem op pijl te houden. Dat betekent ook gebruik als mest van alle menselijke uitwerpselen.
zo min mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen (ook de indirecte in machines e.d.), veel meer werken met mankracht. Het scenario komt uit op één mensjaar per 4 ha.. Dat betekent perspectief voor veel meer mensen in de landbouw, als ondernemer op kleinschalige bedrijven of samenwerkend op grotere bedrijven. Ook paardentractie kan weer een rol gaan spelen voor het zwaardere werk.
meer combineren van natuur en landbouw: bij voorbeeld door vormen van agroforestry. Hier raakt het scenario de visie op natuurinclusieve landbouw.
Meer vind je in dit artikel van Meino Smit en in dit artikel uit Trouw .
Is dit een perspectief waarop een beginnend bio-boer anno 2020 een bedrijfsstrategie kan bouwen ? Het lijkt allemaal erg ver weg, en heel ver van de huidige trend die juist gaat naar verdere, maar wel slimmere, mechanisatie. Je denkt dan eerder aan een wiedrobot dan aan een handgedreven schoffeltuig. Maar vergis je niet: stapsgewijs zullen de gevolgen van de klimaatveranderingen én van het klimaatbeleid voelbaar worden, en eisen stellen die verder gaan het sluiten van de kringlopen. Dat zal bij voorbeeld betekenen dat werkprocessen met veel (directe en indirecte) inzet van fossiele brandstoffen relatief duurder zullen worden, door CO2-beprijzing of als gevolg van schaarste. Kringloop-landbouw en natuurinclusieve landbouw bieden nu een een perspectief voor doorontwikkeling van biologische landbouw; geleidelijk minder afhankelijk worden van alles wat netto uitstoot van broeikasgassen oplevert komt daar steeds meer bij. Wie daarvoor openstaat past zich tijdig aan.