9.11 Selectie-intensiteit en inteelttoename (2024)
Een toename van de selectie-intensiteit resulteert in een toename van de genetische vooruitgang. Snelle genetische vooruitgang kan dus worden bereikt door alleen de zeer weinige, allerbeste dieren voor de fokkerij te selecteren. Naast het feit dat het voortplantingsvermogen van de diersoort het minimum aantal dieren zal bepalen dat geselecteerd moet worden om de populatiegrootte op peil te houden, is er nog een ander belangrijk probleem: inteelt. De inteelttoename in een populatie kan worden voorspeld met 1/8Nm + 1/8Nf. Een kleiner aantal ouders resulteert dus in een hogere inteelttoename. Dit is vooral het geval bij een onevenwichtig aantal mannelijke en vrouwelijke dieren. Als we de aanbeveling van de FAO hanteren om de inteeltgraad van 0,5 tot 1% niet te overschrijden om de populatie levensvatbaar te houden, kan dit gevolgen hebben voor de selectiestrategie, omdat dan de selectie-intensiteit lager moet worden..
In een grote populatie van 20.000 dieren (de helft mannelijk, de helft vrouwelijk) zou een geselecteerd aandeel van 1% resulteren in 100 geselecteerde dieren. Een gelijke verhouding tussen de geselecteerde mannetjes en vrouwtjes zou resulteren in een inteeltpercentage van 0,25%. In een kleine populatie van 2000 dieren zou bij een gelijke verhouding van 1% geselecteerde mannetjes en vrouwtjes resulteren in een inteeltpercentage van 2,5%, wat veel te hoog is. Vaak is het geselecteerde aandeel mannetjes veel kleiner dan bij vrouwtjes. Als we opnieuw de populatie van 20.000 dieren nemen, resulteert een geselecteerd aandeel van 0,1% bij mannetjes (selecteer de beste 10 mannetjes) en alle 10.000 vrouwtjes gebruiken voor de fokkerij, in een inteeltpercentage van 1,25%, wat te hoog is.
Fokkerij organisaties zijn concurrerende bedrijven die dezelfde markt van genetisch materiaal willen bedienen. Daarom proberen ze zoveel mogelijk genetische vooruitgang te boeken om hun marktaandeel te behouden (of te vergroten), maar ze beperken het inteeltpercentage tot 1%.
Dus:
Beslissingen over de intensiteit van selectie zijn afhankelijk van de afweging tussen genetische vooruitgang en inteelttoename.